- Home
- Onderwerpen
- Onderzoeken
- Fases van ITJ-onderzoeken
Fases van ITJ-onderzoeken
Een thematisch toezichtonderzoek door Integraal Toezicht Jeugdzaken (ITJ) doorloopt verschillende fases.
ITJ-onderzoek
Eerst bepalen we welk probleem we gaan onderzoeken. Het onderzoek voeren we uit in die gemeenten waar het probleem groot is en waar de risico's voor jongeren om met dit probleem in aanraking te komen hoog zijn. Er wordt onder andere informatie verkregen uit deskresearch. Ook wordt er in de onderzoeksgemeenten gesproken met alle partijen die een rol kunnen spelen in het oplossen van het probleem. Jongeren worden hier uiteraard ook bij betrokken.
In de gemeenten waar we het onderzoek uitvoeren, beoordelen we hoe de samenwerking tussen voorzieningen verloopt en wat de resultaten daarvan zijn voor jongeren.
Nota van bevindingen
De uitkomsten van het onderzoek leggen we vast in een nota van bevindingen. De nota van bevindingen is bestemd voor de wethouder die verantwoordelijk is voor het lokale jeugdbeleid. De gemeente heeft toegezegd maatregelen te nemen om het probleem voor de korte en lange termijn aan te pakken. De oordelen en aanbevelingen van ITJ geven de gemeenten handvatten om samen met de (lokale) organisaties verbeteracties in gang te zetten.
Monitoring
Een ITJ-inspecteur volgt de uitvoering van deze acties gedurende een, vooraf met de gemeente afgesproken, periode; meestal is dat twee jaar. Gedurende die periode spant de gemeente zich in om de (nieuwe) beleidsvoornemens in samenwerking met de lokale partners in concrete acties te vertalen.
Zelfevaluatie tot slot
Daarna voert de gemeente een zelfevaluatie uit, waaruit duidelijk wordt wat de effecten van de uitvoering van de verbeteracties zijn en of de samenwerking tot betere resultaten voor het kind dan wel de jongere leidt.
Overallbevindingen
Sinds 2008 voert ITJ haar toezichtonderzoek naar een specifiek onderwerp uit in meerdere gemeenten. In de wijze waarop wordt samengewerkt om de problemen met jongeren aan te pakken blijken overeenkomsten te zijn die interessant kunnen zijn voor andere gemeenten en lokale voorzieningen. Daarom worden de resultaten gebundeld in een rapport of bericht dat naar alle gemeenten in Nederland wordt gestuurd en naar de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
